Of ik geen zin had om twee dagen Islas de Solintiname te bezoeken. Een inspiratiebron voor kunstenaars, bemind door natuurliefhebbers en gegeerd door backpakkers. Uit het middaggesprek met Philippe Tisseau blijkt dat ik niet terug naar Granada kan zonder deze excursie te hebben volbracht. De boot vertrekt over anderhalf uur dus valt geen tijd te verliezen. Daar ik wel hou van onverwachte uitspattingen ga ik akkoord en maak halsoverkop een rugzak klaar.
Aan de kade in San Carlos ligt een klein bootje klaar waarop vier Franse jongeren geanimeerd kletsen. Meer volk komt er niet en we vertrekken voor een snelle tocht van anderhalf uur richting 'het eiland ginds in de verte'. Door het lawaai van de motor valt er niet te socializen, dus geniet ik van het prachtige waterlandschap.
Na een uurtje zie ik tientallen eilanden voor me opduiken en vraag me af waar we zullen stranden. Plots vraagt de 'boatman' me op welk eiland hij me moet werpen. Probleem. Het enige wat ik had gehoord in het gesprek met Philippe is de naam van een hotelletje genaamd 'Cosada'. Helaas donderde het bij de boatman in Keulen en moest ik zelf gaan kiezen tussen 37 eilanden.
De Fransen krijgen compassie en nodigen me uit om hen te vergezellen. Het blijken gasten te zijn die elkaar 'rugzakkend' hadden ontmoet in El Castillo en die besloten hadden samen een stuk verder te reizen. Een Belg erbij was geen probleem. We worden gedropt op 'Mancarrón' en gaan op zoek naar een geschikte overnachtingsplaats.
Tropischer kan het eiland niet zijn. Het regenwoud barst van de veelkleurige vogels en het omgevingsgeluid is grandioos. Boven de boomtoppen zweven speurende roofvogels in grote cirkels rond. Een weinig later zie ik een verliefd koppel grasparkieten tetteren op een tak. De poging om hen op mijn vinger te laten kruipen eindigt in een stevige maar beleefde knauw.
We wandelen door een doornat modderig woudpad tot we verspreid de eerste kleurrijke paalwoningen ontmoeten. De mensen lachen ons toe en geven met plezier wat uitleg over het eiland. Uiteindelijk belanden we in een soort 'hostal' met twee kamers. Als je dacht dat het niet kon, awel, het kan dus nog meer basic dan in 'La Esquina Del Lago'. Geen licht beschikbaar (en om 18u. is het pikdonker), geen stopcontacten, geen wasmogelijkheden. Dat wordt dus de klassieke woestijndouche in the morning. Deo.
Samen met de Fransen koop ik enkele Toña's en we installeren ons op een pittoresque plaatsje aan de rand van het eiland. De kikkers komen zich elk om beurt voorstellen in hun meest flamboyante kostuum en de muggen genieten volop van het Franse bloed. Niet echt verstandig van hen om in korte broek, t-shirt én brandende zaklamp aan een oever te zitten me dunkt... Zeker in de wetenschap dat de dengue of knokkelkoorts hier welig tiert. Maar ik onthou vooral de gezellige babbels over allerlei reiservaringen.
's Avonds krijgen we nog een vismaaltijd voorgeschoteld en kruipen daarna rond half negen in bed. Daar mijn verblijf op het eiland reeds eindigt om 9u. in de ochtend sta ik rond half vijf op om een wandeling te maken door het tropische woud. Het eerste uur eenzaam met de zaklamp in het donker is best spannend, en het is vooral de kunst om je looppad te onthouden. De woudgeluiden zorgen voor een unieke sfeer die de hartslag regelmatig omhoog stuwt. Het enige wat ik hoop te vermijden zijn slangen en dus schijn ik goed voor mijn voeten. Wanneer het langzaam licht wordt sta ik aan de voet van een heuvel die het hoogste punt van de eilanden vormt, 257 meter boven de zeespiegel. Ik klim nog even verder en keer halverwege terug zodat ik om half acht stipt het ontbijt kan meepikken. Zoals steeds in het tropische gebied wisselen stevige regenbuien en droge periodes elkaar af. Ik ben tevreden dat ik tijdens de wandeling onder andere een veelkleurige grote papegaai met succes kan fotograferen. Je wil namelijk niet weten hoeveel 'mislukte' vogelfoto's er al op mijn toestel staan.
Ruim op tijd en na afscheid te hebben genomen van de Franse vrienden sta ik op de kade om de boot terug mee te pikken. Wat verder zijn twee Nica's aan het wassen en het vissen. Al snel raak ik in gesprek met een Duitser die ik de komende dagen nog tegen het lijf zal lopen. Hij is eveneens leerkracht en brengt daarnaast als journalist verslag uit van diverse rockfestivals in Duitsland. De boot laat wat langer op zich wachten, maar uiteindelijk raken we vlot terug in San Carlos. Jhiro is netjes op tijd en ik kan de middagmaaltijd in La Esquina Del Lago nog meepikken. Zoals steeds bonen met rijst, een slaatje en kippenvlees waar veel kinderen bij ons hun neus stevig voor zouden ophalen. Maar je raakt het gewend en uiteindelijk smaakt het wel lekker.
Living in León, Nicaragua - Freewheeling - Blogger - hobby journalist - education
zaterdag 3 augustus 2013
vrijdag 2 augustus 2013
Red eyes district
Ik neem mijn regenjas, de meest stevige schoenen, een zaklamp en de camera uit mijn kamer. Deze nacht gaan we kaaimannen zoeken. De sterrenhemel is op zijn best en allrounder Jhiro, arendsoog Davi en de frivole Alain (de zoon van Philip Tisseau) maken de boot vertrekkensklaar. De kayaks worden alsnog achterwege gelaten omdat we een stuk dieper in het regenwoud langs de Rio Frio willen zoeken.
In het donker op de Rio Frio varen is op zich al een unieke ervaring. Het stikt er van de vleermuizen en het insectenorkest - versterkt door muzikanten van allerlei pluimage - speelt zijn allermooiste stukken. Hier en daar weerklinkt onsportief en volkomen misplaatst boe-geroep van de families brulapen in het woud. Gelukkig lijkt het orkest er zich niet te veel van aan te trekken en is vast van plan de hele nacht door te spelen. Enkel de muggen met hun irritante vuvuzela's mogen wat mij betreft uit de orkestbak verbannen worden.
Met onze zaklampen speuren we de oevers af op zoek naar rode kaaimanogen, die helder oplichten wanneer ons licht op hun netvlies weerkaatst.
Bij de eerste ogen'blik' neemt de spanning op de boot snel toe. De motor wordt stilgelegd en we drijven richting het opgezwollen struikgewas. Samen met Davi ga ik met de camera in de aanslag vooraan op de neus van het motorbootje staan om er niet bekaai(man)d vanaf te komen. ,,Oh, es grande es grande! Pero is un dio!" schreeuwt Jhiro. Een goeie verstaander begrijpt snel dat het om een groot exemplaar gaat. Helaas blijkt een 'dio' te betekenen dat hij onder water is gegaan en behalve de ogen en een halve smoel krijg ik enkel een stevige hartslag te verwerken.
Jhiro toont onderweg de verschillende bijtwonden die hij in het verleden opliep. Alain vertelt dat Jhiro ooit in het moeras werd aangevallen door vier kaaimannen. Jhiro vult aan en nuanceert dat er technieken bestaan om aanvallen af te slaan, maar dat je toch altijd op je hoede moet zijn daar ze bliksemsnel zijn.
Ik probeer er een zaklampenwedstrijd 'om het snelst een kaaiman spotten' van te maken. Het is echter onbegonnen om riverboy Davi te verslaan. Ik verander van taktiek en schijn telkens op de tegenovergestelde oever. Ik ben dan ook brulapentrots wanneer ik eindelijk als eerste mijn eigen kaaiman heb ontdekt. Jammergenoeg blijken er wel erg veel dio's rond te drijven deze nacht en in plaats van stoere bijtwonden schaven de struiken het haar en de muggenmelk van mijn al te bleke armen.
Uiteindelijk spotten we een tiental kaaimannen maar krijgen we er geen enkele echt goed in beeld. Ik kan me ook wel inbeelden dat schijnen met een zaklamp in de ogen van zo'n riviersjakoche hem niet meteen welgezinder maakt. Hoedanook is het een supergezellige avond met erg veel plezier (en Toña) aan boord. Het is vooral gieren en brullen wanneer we een kaaiman naderen en Alain de motor in gang steekt zodat we met z'n allen schier in het bruine sop arriveren.
's Nachts kaaimannen opzoeken in het regenwoud is een van mijn meest spannende ervaringen ooit. Dat we uiteindelijk weinig kaaimanschubben te zien kregen is bijzaak. Het opspattende water, de wegduikende kaaimannen en het ontdekken van de rooie ogen onder een uniek nachtelijk sterrenlaken is en blijft onvergetelijk.
woensdag 31 juli 2013
Castillo de la Inmalculada Concepción
Na een veel te vroeg ontbijt en gezellig Frans gekeuvel aan tafel word ik over de Rio Frio naar San Carlos gebracht. Daar ligt de 'snelle' boot klaar die me naar El Castillo moet brengen over de Rio San Juan, een tocht 'fullspeed' van dik anderhalf uur en 80 km verderop. Ik heb het geluk dat de corpulentste Nicaraguaan van het gezelschap het zitje naast mij kiest én daarbovenop wil kletsen in het Engels. Gelukkig komt bij mij op de meest idiote momenten een onsympathiek talent boven dat mij doet overleven in dergelijke situaties.
,,Hello, wer are joé from?''
,,Belgica.''
,,What's yor name, mie name is Burner.''
,,Fat Burner?''
Einde gesprek. Ik geef toe dat ik vrijwel meteen zelf schrik van de woorden die cynisch over mijn tong rollen, maar het maakt mijn tocht heel wat aangenamer. Achter mij zitten twee gierende zongebruinde 'I've made it in my life' Amerikanen die mij direct nen toffen vinden en het blijft fun tot bij aankomst in El Castillo. Onnodig te zeggen dat de natuur rondom ons weerom magistraal is. Onderweg passeren we de aanleg van een gigantische brug die onderdeel is van de nieuwe 'Panamerika Highway', een door Japanners gefinancierd project dat het ongerepte karakter van het regenwoud aanvalt.
El Castillo ligt halverwege de Rio San Juan in het regenwoud en is beroemd omwille van het Spaanse fort 'Castillo de la Inmalculada Concepción'. Dit fort werd gebouwd van 1673 tot 1675 en had als doel de piraterij tussen de toenmalige hoofdstad Granada en de Caraïbische Zee een halt toe te roepen. Dit fort was getuige van talloze veldslagen tussen Spanjaarden, Britten en georganiseerde piratenbendes. In 1685 al werd het samen met het dorp errond een eerste maal verwoest en in brand gestoken. De piraten die hier het meeste stof lieten opwaaien waren Sir Francis Drake, William Dampier, Henry Morgan en de bloeddorstige Pedro Nau of El Olonés.
Het is 8u. en ik ga doorheen het dorp op zoek naar het juiste pad richting het fort. Andere toeristen volgen is zinloos, want behalve die twee Amerikanen is er geen kat aanwezig. Het is een kleurrijk dorp bestaande uit paalwoningen, een houterig kerkje, winkeltjes, enkele kleine hotels en een tweetal schooltjes. Nica's te paard draven van veld naar stal terwijl enkele kinderen de rivier in duiken. Auto's rijden hier niet.
Als het begint te regenen wenkt een grijzende man me vriendelijk om in zijn huis te schuilen. Omdat je nooit weet hoe lang zo'n regenbui duurt beslis ik om in regentenue verder te klimmen naar het Fort. Daar is een klein maar boeiend museum te vinden over de geschiedenis van El Castillo.
Het zicht op de top van het fort is fenomenaal. Ik beeld me in dat er in de verte meer dan 50 zeilschepen en cano's opduiken met 2000 man aan boord zoals bij 'The Battle of Rio San Juan' op 26 juli 1762. Het Fort zelf had toen slechts een 100 soldaten aan wal. De paniek moet gigantisch zijn geweest. Ik denk ook aan het feit dat Christopher Columbus hier in 1502 passeerde op expeditie. Wat moet die man hebben meegemaakt...
Aan de overkant van de rivier krijg ik nog het prachtige beeld van een man rustend tegen een boom op mijn netvlies, zijn paard grazend in de schaduw. Ik geniet nog minutenlang na tot ik het fort verlaat en een weg vind die nog wat hoger gaat, smaller en smaller afslankend tot ik op de top van de heuvel op het lokale kerkhof sta. Een wanordelijke wirwar van gebroken kruisen en overwoekerde graven doet me snel terugkeren.
Ik maak nog een uitgebreide wandeling van het centrum weg langs modderige steegjes en gevaarlijk glibberige paden. De mensen kijken me wat verbaasd aan maar blijven altijd even vriendelijk. De varkens, honden en kippen zie je standaard rond elke paalhut zwerven, hier en daar aangevuld met een paard of een stel eenden.
Na een lekkere vismaaltijd koop ik mijn retourticket, deze keer met de trage boot en een familie 'wurst und sauerkraut' Duitsers waar ik een gezellige babbel mee sla. Langs de rivier wemelt het van de 'tortuga's' of schildpadden, die met de nek omhoog genieten van de zon. Voortdurend vliegen egrets en uit de kluiten gewassen aalscholvers gracieus over het water terwijl de families brulapen ons vierkant uitlachen vanuit de boomtoppen. De tocht van drie uur verveelt opnieuw geen ogenblik.
Bij aankomst in San Carlos wacht de zoon van Philippe me op en brengt me terug naar La Esquina Del Lago, waar ik eet en me klaarmaak voor de nachtelijke kaaimannenjacht. Het bijna einde van een ellenlange dag die geen seconde verveelde en waarin ik Frans, Engels, Duits en Spaans mocht spreken.
maandag 29 juli 2013
Kayakken op de Rio Frio
San Carlos ligt op het kruispunt van de Rio San Juan (180 km lang) en het zoetwatermeer van Nicaragua. Dat meer is net een beetje kleiner dan het grootste meer in Latijns-Amerika, het Titicacameer op de grens tussen Bolivië en Peru. Dit gebied in Nicaragua is vrij moeilijk te bereiken en wordt weinig bezocht door toeristen. Het stuk regenwoud waardoor de Rio San Juan loopt is dan ook nauwelijks aangetast door menselijke activiteit. Halverwege de rivier ligt El Castillo, een vestigingsplaats van de Spanjaarden waar ze een indrukwekkend fort bouwden om piraten uit de Caraïben de doorgang te belemmeren. Dat bezoek staat morgen (in alle vroegte) op mijn agenda.
Zelf trok ik met een kayak en een 18-jarige lokale gids David de Rio Frio in, een zijrivier van de Rio San Juan. David is een Nicaraguaanse jongen die de rivier aanvoelt als geen ander. Hij woont er sinds zijn geboorte en kent alle planten, dieren en gevaren op zijn duim. Een maand geleden werd hij door 'monsieur Philippe' aangeworven om toeristen te begeleiden en klusjes uit te voeren. Voor David een unieke kans om uit de armoede te ontsnappen. Met 200 dollar krijgt hij hier een 'riant' maandloon. Voor mij de ideale gids. Hij zwemt probleemloos tussen kaaimannen door het moeras, heeft oog voor detail waar ik van achterover val (ziet dieren waar ik met een verrekijker eerst tien minuten naar moet zoeken), en kent de allermooiste plekken van dit gebied. En geloof me vrij, dit gebied is echt de moeite!
De diversiteit van planten en vooral dieren is er gigantisch. In het bijzonder springt de verscheidenheid aan vogels, in alle kleuren en groottes, in het oog. Piepkleine kolibrie's die van de ene bloem naar de andere zoemen, elegant vissende egrets, preutserige toekans, kwebbelende ara's, noem maar op. De mooiste zoo ter wereld en je hoeft niet te betalen of aan te schuiven in een lange toeristenrij. Machtig!
Regelmatig wijst David me op brulapen die in de bomen van de vruchten genieten of languit een siësta houden. Wat verder zitten kleinere aapjes speels over de takken elkaar na te jagen. Er zou hier ook nog een redelijke populatie jaguars zitten, maar om die te zien moet je erg veel geluk hebben. Als David 'Iguano, iguano' roept weet ik dat ik het weer zweten heb. Deze schitterende schepsels zijn ware camouflagemeesters en het is niet evident om ze te vinden in de bomen. Het doet me deugd wanneer ik zelf eens 'Iguano, iguano' mag roepen. Al blijkt het dan toch meestal om een dooie tak te gaan. Het enige wat me dan rest is liegen dat ie net is verdwenen. Weinig geloofwaardig, want ze kunnen uren doodstil blijven zitten...
Als we door Mangrovewoud kayakken (tweedaagse) wordt het spannend. Horden muggen proberen de laatste restjes muggenmelk te omzeilen en schrikbarende insecten landen schaamteloos op mijn schouders. Een toeristenhap blijkt voor hen een buitenkans. Regelmatig steken we vast en moeten we uitstappen om de kayak weer vlot te krijgen. Een gevaarlijk iets met de vele giftige waterslangen in de buurt. Wanneer we worden opgeschrikt door een kanjer van een kaaiman vlakbij de kayak besluit David wijselijk terug te keren. Geen slecht idee, lijkt me.
We kayakken terug en persen de laatste spierinspanning uit ons lijf, beseffend dat wat ik te zien kreeg meer dan uniek is.
La Esquina Del Lago
Daar sta je dan met je trekrugzak en je kleiner exemplaar moederziel alleen tussen joelende kramen in San Carlos. A donde esta el barco a La Esquina Del Lago? Het is onvoorstelbaar hoe snel je Spaans erop vooruit gaat als je geen ander communicatiemiddel hebt. Met veel plezier word ik door marktkramers verder geholpen richting de plaats waar de kade zich bevindt. Ik wring me door de piepkleine steegjes een weg naar beneden tot aan het water.
In het nachtelijk donker slaag ik er niet in het juiste bootje te onderscheiden. De kade vult zich vooral met kayaks, kleine gemotoriseerde bootjes en tientallen Nica's die denken de zaak van hun leven te kunnen doen.
Uiteindelijk word ik door een militair naar een bureautje geleid waar ze het hotel opbellen. Een weinig later meert het bootje met opschrift 'La Esquina Del Lago' aan en maken we de oversteek tot aan het hotel.
Het is 8u. 's avonds wanneer ik het paalhotel bestijg. Het is pikdonker, het stikt er van het ongedierte en er lijkt geen kat aanwezig. Na wat lawaai te hebben gemaakt schiet een licht aan en krijg ik mijn kamer toebedeeld. Het is meteen duidelijk dat iedereen hier leeft op het ritme van de natuur. Opstaan bij de eerste zonnestralen, slapen gaan bij het invallen van de duisternis.
Het eerste wat ik doe is een 'veilige zone' installeren in mijn kamer. Ik hang mijn muskietennet op en steek het aan alle kanten goed vast onder de matras. De kamer is 'regenwoud-basic'. Geen warm water, geen drinkbaar water, geen airco, tv, radio of andere luxe. De douchekuip is net het grote plein van Pyongyang in Noord-Korea waar communistische mieren in lange rijen marcheren, met enkele mega tanks (kevers) om nog wat meer spectakel te leveren. Daarboven patrouilleren zeven kamikaze muggen in formatie. Ook kakken op de wc ernaast en terwijl de gazet lezen mag je hier vergeten.
De elektriciteit wordt geleverd door een zonnecel en dus valt die regelmatig uit in het regenseizoen. Nu ja, het licht in je kamer lang laten branden is hier écht geen goed idee. Gedetecteerde dieren in de kamer: muggen, meerdere gecko's, twee vleermuizen (of dezelfde die na de eerste nacht opnieuw binnendrong), spinnen die je liever niet ziet, de hotelhond, kevers, massa's motten en vreemde insecten die ik nergens kan thuiswijzen. Mijn eerste eigen minizoo. Nice!
Het meest creepy is het ogenblik dat je languit in je veilige zone ligt op het bed. Het eerste idee dat je dan hebt is genieten van de vele regenwoud geluiden om je heen. En waarlijks, het is ook indrukwekkend. Onder de kamervloer hoor je kaaimannen in het water plonzen, rond het hotel de miljoenen insecten en zingende vogels, de regen die valt, enz...
Een weinig later begint het. De geluiden IN je kamer die je maar niet kan thuiswijzen. Ik vermoed: gecko's die sprintjes trekken over de houten vloer, kakkerlakken die knagen aan het hout, knarsende kevers en andere mottige insecten, de hotelhonden die tegen je kamerdeur schuren, krijsende vleermuizen plakkend tegen de hor, enz... Enige remedie: verstand op nul en oordoppen in. Slaapwel.
's Morgens word je wakker op het ritme van het woud en ik kan je verzekeren, dat is zalig! De meeste insecten lijken verdwenen en voor het eerst zie je in wat voor een paradijselijke locatie je je bevindt. Daarbovenop staat een hele familie Nica's, gedirigeerd door eigenaar Philippe Tissaux, voor me klaar. Voor de komende dagen ben ik hier de enige toerist en iedereen pas zich aan mij aan. Als ik wil eten, eet de hele familie mee.
Op het menu: Elke ochtend: twee spiegeleieren, rijst met bonen, geroosterd stokbrood (what else met een Franse eigenaar) en een zeer lekkere koffie. 's Middags: rijst met bonen, kippenvlees (en alles van de kip...), sla en tomaat, superlekker fruitsap. 's Avonds: Gevarieerd en meestal erg lekker. Er zat zelfs al een spaghetti tussen. Samen met de keuze aan fruitsappen ongetwijfeld de beste maaltijd van de dag. Helaas zetten de meeste insecten hier hun aanval in.
Op het menu: Elke ochtend: twee spiegeleieren, rijst met bonen, geroosterd stokbrood (what else met een Franse eigenaar) en een zeer lekkere koffie. 's Middags: rijst met bonen, kippenvlees (en alles van de kip...), sla en tomaat, superlekker fruitsap. 's Avonds: Gevarieerd en meestal erg lekker. Er zat zelfs al een spaghetti tussen. Samen met de keuze aan fruitsappen ongetwijfeld de beste maaltijd van de dag. Helaas zetten de meeste insecten hier hun aanval in.
Ik moet van Philippe Tissaux (64j.) telkens mee aanschuiven met de familie aan tafel. Hij vertelt honderduit over zijn jeugd in Frankrijk en zijn ervaringen in Centraal Amerika. Zijn ouders werden rijk in de 'Chemins de fer' en hij kon avonturieren in alle vrijheid. Na talloze omzwervingen vestigde hij zich tien jaar terug in Nicaragua. Hij beschikt over alle eigenschappen die je van een Fransman mag verwachten. De fierheid, trots, charisma en het dwepen met de vele Franse grootheden uit de kunstwereld. Voor mij is het een opluchting dat ik in het Frans kan communiceren waardoor de communicatie een pak vlotter gaat. Hij is de ideale persoon om me de komende dagen te gidsen door deze streek.
Het hotel staat bekend als visparadijs en menig topvisser komt hier zijn dobber uitgooien. Vooral de Tárpon en de reuze Saballo zijn hier gegeerd en in grote aantallen aanwezig. Dat verklaard ongetwijfeld ook de aanwezigheid van zoveel tropische vogels langs de Rio San Juan. Ik mag er niet aan denken dat dit uitgestrekte en unieke natuurgebied op termijn zal verdwijnen. President Daniel Ortega zette namelijk het licht op groen voor het aanleggen van een Kanaal van de Caraïben naar de Pacific dwars door het Lago De Nicaragua. Het nieuwbakken kanaal moet het Panamakanaal in de toekomst ver voorbij steken. De Chinezen beloven de Nicaraguaanse kassa te laten rinkelen, ten koste van de fenomenale ecosystemen hier aanwezig. De rust zal hier weldra worden doorbroken...
De mensen hier zijn het project niet ongenegen, omdat ze worden wijsgemaakt dat het hen erg veel werk zal bezorgen. Wij weten helaas beter en beseffen maar al te goed dat het opgeleide 'buitenlanders' zullen zijn die met de werkaanbiedingen gaan lopen. De lokale ongeschoolde Nica zal er nog bekaaider van afkomen en zijn prachtige habitat kwijtgespeeld zijn. But who cares?
...
zaterdag 27 juli 2013
Busrit Granada - San Carlos
Wie ooit een chickenbus nam in Centraal- of Zuid-Amerika weet dat dit onvergetelijke reiservaringen zijn. Ik probeer dit in deze post wat te verduidelijken. Ik beschrijf een busrit in Nicaragua in een Belgische context.
Je wil met de Lijn naar de Ardennen, een rit van pakweg 315 kilometer gelijk aan de afstand Granada - San Carlos. Je hebt twee mogelijkheden; of je verplaatst je naar een bushalte, of je zwaait enthousiast langs de kant van de weg tot ie voorbijkomt. Wel zorgen dat je op de juiste route staat natuurlijk. Een kaartje kopen hoeft niet, je betaalt eenvoudigweg op de bus. Daar heb je steeds drie man tot uw dienst. Een bruingebrande 'gerodeodeerde' chauffeur die kickt op bijna doodervaringen, een kortgespierde bagagegooier en een manusje van alles die terwijl de euro's int. Bij de start wordt je grootste bagage op het dak gegooid. Je hoeft niet bij te betalen indien dit een varken, 50 tonnen graan, je schoonmoeder of een koelkast is. Zolang het dak het wil dragen stelt niemand zich vragen. Daar gaat netjes een zeil over en de lijnbus kan vertrekken.
Enkele minuten later begint het amusement dat zich een hele busreis doorzet. Op elke onmogelijke plaats liften straatverkoper(tje)s mee en proberen je vanalles aan de man te brengen. Passeren de revue: Warme maïs, zakjes water, allerlei veelkleurig snoep, belegde broodjes, biertjes en andere frisdranken, mariabeelden en tientallen wellicht eetbare spullen waarvoor ik zelf geen naam durf te bedenken.
De meest irritante zijn ongetwijfeld de 'religieuzen' die het woord Gods komen inlepelen zoals je een gans zijn lever voedert. Met Jezusstickers voor de kleinsten, blinky Jehovaboekjes voor de pubers, timmergidsen 'De klop van de hamer van Jozef' voor de oudjes enz... Het meest aangrijpelijke zijn kinderen die opstappen en na een minuut of vijf het hart uit de longen zingen voor luttele eurocenten. Natuurlijk telkens hits van radio Maria. Winnaar van de talentenjacht tijdens mijn transport is ongetwijfeld een jongen met cowboyhoed die menig bus(h)(g)anger omver blaast met zijn aan Justin Bieber grenzende stemvolume. En oh ja, ik heb zijn DVD gekocht voor de promoprijs van 0,90 Euro. Heel benieuwd of er effectief iets op het schijfje gebrand staat. Het kan Herbert Verhaeghe op ideeën brengen.
Ondertussen blijft de plaats naast me gezellig leeg. Want als vreemdeling wil niemand natuurlijk naast je zitten, laat staan een babbel met je slaan. Hoe eivol de bus ook zit, rond mij blijft een aureool van 'te mijden' hangen. Best aangenaam als je op die manier de erbarmelijke lijfgeuren kan vermijden.
Wanneer het manusje van alles beslist dat de ramen open moeten, is er geen ontkomen aan. Als je net je hele ochtend aan je coiffure hebt besteed ben je eraan voor de moeite, zeker als het regent. Weet dat op dat moment ook alles wat op plastic lijkt door het raam wordt gekegeld en vooral achteraan weer binnen vliegt.
Wie moet plassen houdt vol tot de rodeopaus de rol toiletpapier omhoog steekt en zelf de bus verlaat. Dan begint het strijdtoneel waar het de kunst is om sneller je tuinslang af te nijpen dan de chauffeur want die wacht op niemand. Ik ben gelukkig in goeie doen en zie een dame vloekend en scheldend achter de bus sprinten tot ze de handdoek in de ring gooit. De volgende bus komt over vier dagen langs. Suerte!
De carroussel van op- en afstijgende Nica's, bagage die alle kanten opvliegt en het radiovolume gedirigeerd op smaak van de rodeopaus houdt netjes aan tot aan de eindbestemming; San Carlos.
Prijs voor dit onvergetelijk staaltje volksamusement van 315 kilometer: 5,80 Euro. Geloof me vrij, ik kan niet wachten tot ik terug richting Granada mag. U moet dit beslist eens hebben meegemaakt voor u het bijltje erbij neerlegt!
zondag 21 juli 2013
La Calzada Street
Weekend en dus tijd om het uitgangsleven van de stad te verkennen. Met de horden gringo's around kan dat niet meteen een probleem zijn. Ideaal om het solitaire leven even opzij te zetten en wat te socializen aan de bar. Dat lijkt me een strak plan en dus trek ik welgemutst richting thé place to be; 'La Calzada Street', de laan richting het gigantische meer links van het centrale plein weg. Maar niet voordat ik bots op datgene waar men in Latijns Amerika dagdagelijks mee wordt overspoeld: een optocht.
Welke heilige vandaag in de straten wordt gezwierd weet ik niet, maar misschien hebben ze hier lucht gekregen van de koningswissel in België. Elke reden is in elk geval goed om de orkesten van stal te halen en het dorp in te palmen. Eén constante bij de vele optochten die ik tijdens mijn reizen ontdekte; de muziek is telkens om duimen en vingers van af te likken. Muziek zit in hun genen, da's duidelijk. Het is een evenwicht tussen volksmuziek en revolutionaire marsmuziek, telkens doorspekt met frivole dansen door lokale majorettenkorpsen.
Wanneer het laatste tromgeroffel opnieuw wordt overstemd door de horden jankende straathonden trek ik verder richting het hoofddoel van de avond. Onderweg liggen halvegaren voor pampus in portalen en langs de stoeprand. Op zondag is dat blijkbaar een veel voorkomend gezicht. Met de regenbuien en de loslopende koeien je roes uitslapen op straat,
je moet het maar doen. Rond het plein lopen jongens met middeleeuwse karren het paardenschijt samen te borstelen voor luttele cordoba's.
Verder is het plein gevuld met allerlei kraampjes die worden uitgestald om menig toerist in hun pandjesweb te lokken. In het midden staat een afgebladerde kiosk waarop lieflijke koppeltjes elkaar de vurigste liefde wijsmaken.
Mijn strak plan ligt al snel in duigen wanneer ik in de uitgangsstraat kom. Veel volk, jawel. Maar met zijn allen gezellig rond de vele tafeltjes op de uitpuilende terrassen. Daar ik moeilijk spontaan aan een tafel kan bijschuiven en nergens een toog is te vinden waar volk aanzit kies ik mijn eigen tafel uit. Een heerlijke literfles Toña en de avond kan beginnen.
Overal proberen armtierige Granadezen een graantje mee te pikken van het toeristenbal. Van sigarettenverkopers tot hangmatpatsers over vuurspuwers en schoenpoetsers.
Sporadisch slaagt iemand erin mijn volle aandacht te trekken, zeker als er dansende reuzen worden ingezet of een subliem zevental streetdancers de revue passeert. Dat bij dit nachtelijk volks amusement volop kinderen worden ingezet lijkt niemand te deren, en de cordoba's worden rijkelijk uitgedeeld. Overal flitsen de camera's en worden lacherig foto's gemaakt. Gringo's (Amerikaanse toeristen) tonen zelden respect voor de cultuur of lokale bevolking van Latijns Amerika, dat ondervond ik al op vorige reizen.
En dat is in Nicaragua duidelijk niet anders.
Een gezellige babbel zit er deze avond niet meer in en dus keer ik vroeger dan gepland terug naar het hotel. Een uitstapje naar de discotheek langs het meer lijkt me trouwens te onveilig om alleen te ondernemen. Je leest het pa, ik neem geen overbodige risico's!
Terug op de kamer wordt de Ipad uitgehaald en de les die me het verschil moet inprenten tussen 'saber' en 'conocer' hernomen. Nog een Toña aan de lippen en we zijn weer een ervaring rijker. Slaapwel!
Abonneren op:
Posts (Atom)