Las Peñitas of Poneloya, een verscheurende keuze tussen twee stranden op een halfuur rijden van León. Ik kies voor het eerste omwille van de gezellige verhalen die ik er over hoor. Poneloya zou meer het strand van de Nica's zijn terwijl Las Peñitas langzaam de toeristen omhelst. Ik zou vanuit mijn buik het Nicastrand verkiezen maar de Belgische hoteldame van ViaVia overtuigt me toch om het andere te kiezen.
Ik neem een iets duurdere taxi i.p.v. een bus en beklaag me dit geen seconde. De taxidriver geeft me honderduit uitleg in zijn allerbeste Spaans en levert me netjes af op het mooiste plekje van het strand. Ik betaal en geef mijn ogen de kost.
Het strand en de meertjes erbij zijn adembenemend mooi. Het leuke is dat het pas onlangs door de toeristen werd ontdekt en het er dus nog vrij onbezoedeld bij ligt. Ik drink eerst een Toña in een strandbar om alles rustig te overschouwen en besluit dan een strandwandeling te maken. Tijdens de korte afstand naar het strand passeer ik een kroegje dat me oergezellig lijkt, 'The Crazy Turtle'. Veel kans dat ik hier straks nog even stop.
Ik wandel het strand op en heb meteen al spijt geen zwembroek bij te hebben. Gelukkig kan ik de broekspijpen afritsen en al snel loop ik tot kniehoogte door het ruwe water. Enkele vermetele surfers swingen de golven op die hoog de borst nat maken om daarna schuimend hun sierlijke koprol te maken. De zon brandt snoeihard en het voornemen om tot aan Poneloya te wandelen berg ik al snel op. Na een tweetal kilometer geef ik er de verbrande brui aan en wandel terug.
De strook tussen beide stranden ligt er verlaten bij en in de verste verte is geen mens te bespeuren. De fles water raakt langzaam op en dus komt 'The Lazy Turtle' onder de hersenpan knipogen.
De bar is een allegaartje aan globetrotters en de gesprekken zijn hoogst aangenaam. Een Duitse dame met een 'who the hell are you' blik, een tof Waals koppel, een Canadees, een Spanjaard en een 'we steken het niet onder stoelen of banken' homokoppel uit Florida. De Toña's stromen rijkelijk en ik weet dat het een gevaarlijke avond aan het worden is. Door het open 'raam' zien we de vissers de nacht in trekken met hun motorbootjes terwijl de zon onder de Pacific duikt. Wanneer ik even het toilet opzoek blijkt de voorlaatste bus net te zijn voorbij gereden. Ik neem dan maar de laatste bus hotelwaarts (die is al om half acht) maar die gooit me er pas een stuk over de stad León terug uit. Niet bijster leuk maar ook geen reden om te panikeren in een land waar om de minuut wel een taxi voorbij rijdt. In het duister wandel ik richting een benzinepomp waar ik meteen opgepikt wordt door -weer eens- een oersympathieke taxichauffeur die me netjes aan het hotel afzet. De dagen zijn hier werkelijk véél te kort...
En ik zeg het nog eens tot vervelens toe: Nicaragua is ongetwijfeld het veiligste land van Centraal-Amerika. Basta.
Living in León, Nicaragua - Freewheeling - Blogger - hobby journalist - education
zaterdag 10 augustus 2013
León, stad van de revolutie.
Reizen door Nicaragua zonder te worden geconfronteerd met de politieke geschiedenis van het land, is niet mogelijk. Op elk plein, elke straathoek of bij elke kerk zie je wel ergens een eerbetoon aan de Sandinisten van president Daniël Ortega, die opnieuw de macht overnam in 2006 na gewonnen verkiezingen.
Nog vroeger had je de strijd tussen de twee grootste koloniale steden, het conservatieve Granada en het liberale León. Beide steden wisselden regelmatig hun status van hoofdstad naar gelang de regerende strekking, tot in 1852 definitief werd beslist om Managua als compromis tot hoofdstad te kronen.
Om me nog wat te verdiepen in de ongemeen boeiende politieke geschiedenis van dit land besluit ik het 'museum van de revolutie' te bezoeken op het centrale plein. Ik verwacht geen objectieve weergave van de feiten, daar deze rondleidingen door veteranen van de oorlog worden verzorgd. En allen dragen ze een niet mis te begrijpen shirt van het FSLN, de Sandinistische partij.
Na een luttele 30 cordoba's te hebben betaald word ik vriendelijk ontvangen door een besnorde grijsaard die me voorstelt eerst even op het dak te gaan kijken voor een zicht over de stad. Een gids voor mij alleen, ik zal opnieuw erg aandachtig moeten zijn.
Hij vertelt op een boeiende manier over de geschiedenis van de stad waarvan de eerste nederzettingen op dertig kilometer van het huidige centrum liggen. Vulkaanerupties noopten ooit tot een verhuis naar veiliger oorden.
Wat later komen we in de zaal van de revolutie en begint de lofzang over de verwezenlijkingen van de Sandinisten. De kern van het verhaal is natuurlijk de 'gewonnen' strijd tegen de Amerikanen, waarvoor heel wat Nicabloed vloeide. Eerst was er Augusto César Sandino die de Amerikanen bevocht in de jaren twintig, tot de familie Samoza met Amerikaanse steun de macht greep. Die werd na jaren van dictatuur en onderdrukking door de Sandinisten verdreven na de moord op president Anastasio Somoza García tijdens een party in León. De Amerikanen vreesden echter dat het communisme via Nicaragua Latijns Amerika zou overspoelen en steunden vanuit Honduras militair een allegaartje tegenstanders van het regime. Dit mondde uiteindelijk uit in het Iran-Contra-schandaal, een zware nederlaag voor toenmalig president Ronald Reagen. Hij leverde in het geheim wapens aan Iran en financierde hiermee illegaal de Contra's in Nicaragua.
Dat gringo's hier niet erg geliefd zijn hoeft niemand dus te verbazen. Daniël Ortega wordt hier niet als een vijandige dictator beschouwt maar wel als iemand die hard zijn best doet om niet te mislukken. Zijn pogingen om de economie van het land terug een beetje op de rails te krijgen worden alvast gesmaakt.
Wanneer de gids het heeft over de o zo belangrijke onafhankelijkheid van het land en dat elke buitenlandse inmenging de mond gesnoerd zal worden kan ik het toch even niet laten. Ik vraag me hardop af waarom de Sandinisten dan nu hun ziel aan de duivel verkopen om de Chinezen een gigantisch kanaal te laten bouwen dwars door het land heen. Of dit dan geen buitenlandse inmenging is? De ecologische en menselijke schade zal onmiskenbaar gigantisch zijn en het zal -tot spijt voor wie het benijdt- de lokale ongeschoolde Nicaraguaan echt geen topjob bezorgen.
De gids besluit dan maar dat de 30 cordoba's opgepraat zijn en na snel nog enkele foto's te hebben genomen verlaat ik het glorierijke gebouw. En ja, het was toch echt wel interessant geweest.
vrijdag 9 augustus 2013
Vulcano boarden van Cerro Negro, Nicaragua
Al twee dagen in het zwoele en gezellige Leon, tijd om weer een uitdaging aan te gaan. Avontuur komt nooit naar je toe, dus zoek ik het zelf maar op. De 'Thrill list' van CNN zet het 'Vulcano boarden' op nummer twee (http://travel.cnn.com/explorations/play/50-thrilling-experiences-116798), en laat dit nu net in Nicaragua zijn. Ik informeer me in het BigFoot kantoor en krijg wat fysieke vragen voorgeschoteld. Dit moet dé experience van mijn reis worden en dus teken en betaal ik netjes de 350 cordoba's. Huiswaarts keren zonder dit van mijn lijst te hebben geschrapt is geen optie.
's Morgens om 9u. is het verzamelen geblazen in het kantoor. Ik merk al snel dat ik veruit de oudste ben en het zal moeten opnemen tegen vooral Amerikaanse macho's. Ik probeer stoer mijn buik in te trekken en de borst vooruit te steken maar hou dit niet langer dan zeventien seconden vol.
Nu goed, er gaan ook dames mee en dus hoeven we nu ook niet te panikeren. We stappen in een open vrachtbus en hobbelen doorheen het platteland richting de vulkaan. Altijd mooie beelden als je door het platteland rijdt trouwens. Onderweg worden we met mango's bekogeld door enkele echte hangjongeren, bengelend in een overrijpe mangoboom. Sommigen slagen erin een mango op te vangen en zo een extra ontbijt binnen te spelen.
Aan de voet van de vulkaan stappen we uit en betalen 6 dollar om het vulkaangebied in te mogen. De blazen worden een laatste maal geleegd en iedereen krijgt zijn uitrusting. Een oranje zak met oranje overall, een duikbril en een behoorlijk zwaar 'board'. dit is een houten plank met onderaan een metalen plaat. Dit moeten we dus de hele vulkaan opsjouwen.
Een fotocamera mogen we niet meenemen wegens te gevaarlijk en ook alle rugzakken blijven in de vrachtwagen. Ik beslis toch mijn ondertussen vier jaar oude gsm mee te nemen samen met een literfles water. Sommigen laten dit vocht achter en ondervinden al snel hoe onverstandig dat is.
Vulkanen zijn altijd kuitenbijters. De kegelvorm en de onstabiele ondergrond eisen een gedoseerde aanpak. De gids probeert iedereen nog wat schrik aan te jagen door alle risico's op te sommen en eentje geeft al meteen op. Jammer.
We klimmen aan een stevig maar te verteren tempo. Er wordt regelmatig gepauzeerd om de laatste dames op te rapen en buiten nog een handvol opgevers bereiken we met een ruime meerderheid de top. De eerste fotoshoot kan beginnen.
Na grondig de krater te hebben bestudeerd krijgen we een korte instructie over hoe de plank moet worden bestuurd. Ga je naar rechts, plant je je linkerhiel en omgekeerd. Hoe meer je naar achter leunt, hoe hoger je snelheid. Wanneer je aan hoge snelheid de controle verliest je armen voor je gezicht houden en je niet oprollen. Kwestie van niet nog sneller de dieperik in te duiken. Je mond dichthouden om de stofwisseling niet de hoogte in te jagen lijkt ook verstandig samen met het loslaten van de plank. Want dat ding wil je echt niet tegen je kop krijgen.
We verdelen ons in twee groepen en de eerste glijdt downhill. Beneden staat iemand de snelheid te meten met een shotgun en halverwege de gids die signaleert wanneer we mogen vertrekken.
Het stofspoor op zich is al indrukwekkend. Ik neem de plank en probeer zo goed mogelijk positie te nemen. Wanneer ik het sein krijg zet ik mijn voeten op de plank. De snelheid loopt vlug op en het is meteen duidelijk hoe belangrijk het voetenspel is. Halverwege lijk ik de plank goed onder controle te hebben en door de stijgende snelheid krijg ik massa's stof te verwerken. Enkele kleinere bulten halen me net voor het einde bijna onderuit en de gemiddelde eindsnelheid zakt tot 36 km/u. Dit was gewoon subliem!
Enkelen houden hun board de hele tijd onder controle en eindigen aan een snelheid van max. 72 km per uur. Helaas zijn er ook heel wat die halverwege de plank moeten lossen en te voet de berg afmoeten. Ontgoocheld kruipen ze de vrachtwagen op. Wanneer iedereen veilig beneden is geraakt wordt het materiaal ingezameld en kruipen we terug de vrachtbus op. Er wordt royaal 'Victoria-bier' uitgedeeld (eens geen Tona) en er heerst een luidruchtige 'we did it' sfeer.
Een goed uur later kom ik 'pottezwart' in het ViaVia hostal aan en kruip de douche in. Mijn haar vol steengruis en een machtige ervaring rijker.
maandag 5 augustus 2013
De Puma trail van de Mombacho vulkaan
Eindelijk! De eerste stevige actieve stratovulkaan ligt stoer voor de voeten te wachten. Naast de gids die ik vanuit Con Corazon kreeg toegewezen komt nog een locale specialist versterking bieden.
Helaas voor mij zien de twee Duitse en drie Amerikaanse toeristen die mee taxiden tot aan de voet het niet zitten om de Puma trail te ondernemen, de trail waarop ik echt mijn zinnen heb gezet. Zij kiezen voor de eenvoudige wandeling van anderhalf uur rond de krater van de Mombacho vulkaan.
Ik word voldoende gewaarschuwd op voorhand zodat ik goed weet aan welke tocht ik begin. Lange klimstukken van gemiddeld 45 graden, erg gladde stroken door de vochtigheid en gevaarlijke afgronden. Twee gidsen voor mij alleen, dat geeft een pak vertrouwen en ik besluit door te zetten. Met de regenjas losjes, de camera in een regenvrije binnenzak en een stevige literfles water begin ik eraan. Het eerste stuk is een opwarmertje en ik merk vrij snel wat - weer eens - het meest vervelende probleem wordt. Natte brilglazen, en bij het zweten (en dat doe je sowieso in dit klimaat) dampen ze ook nog eens aan.
De gidsen amuseren zich en geven honderduit uitleg (in het Engels) over de fauna en flora in dit nevel- en dwergwoud. We botsen op prachtige bromelia's, orchideeën (zulke waar kikkers in leven) en bij het begin ook prachtige vlinders. Naarmate we stijgen neemt de wind toe en verdwijnen de mariposa's (vlinders).
Dit traject heet de 'Puma trail' omdat deze katachtigen in dit gebied voorkomen. De kans om ze te ontmoeten is echter bijzonder klein. Veel groot wild zien we vandaag niet, op een luiaard en wat apengebrul na. Ook de talrijk aanwezige slangen blijven gelukkig netjes van ons pad af. De prachtige spinnenwebben onderweg zijn een streling voor het oog. De trail is goed aangelegd en het klimmen verloopt via ongelijke trappen en gevaarlijk glibberige houten planken afgewisseld met kleine hangbrugjes om de waterstromen te overbruggen. Echt goed te doen, al moet ik zeer goed uitkijken waar ik mijn voeten zet.
Niet vreemd dus dat ik wat later tegen een uitstekende tak knal. De gids met de camouflagebroek beseft het gevaar en beslist om meteen de hele boom onderuit te halen. Drastisch, maar wel efficiënt natuurlijk. De afgronden vallen mee en het klimmen is lastig maar gedoseerd netjes te verteren. Hier en daar botsen we op een prachtig gelegen uitkijkpost van waaruit je het meer van Nicaragua kan overzien tot aan de Caraïbische kust.
Ook de vulkanen van Ometepe zijn schitterend te zien in al hun schoonheid. Behalve in het regenseizoen, dan zie je... nougatbollen dus. Als we stoppen is het om een frisse slok water te nemen, een snelle foto in te blikken, een korte uitleg te krijgen of om de paardenstaart gids met de veel te gladde schoenen overeind te helpen. Wanneer ik de krater bereik zie ik weer niks door de wolken. We stappen een hut binnen waar wat uitleg wordt gegeven over de koffieteelt op de flanken en vullen de maag met (what else) kip, rijst en banaan. Zalig sportief klimdagje achter de rug dus.
Morgen wordt opnieuw wat werken aan het hotelproject en woensdag trek ik voor een aantal dagen richting Léon. Zondag wil ik absoluut in Granada zijn want dan... sturen ze stieren door de straten net als in Pamplona. En je begrijpt dat ik dat voor geen Cordoba wil missen!
Helaas voor mij zien de twee Duitse en drie Amerikaanse toeristen die mee taxiden tot aan de voet het niet zitten om de Puma trail te ondernemen, de trail waarop ik echt mijn zinnen heb gezet. Zij kiezen voor de eenvoudige wandeling van anderhalf uur rond de krater van de Mombacho vulkaan.
Ik word voldoende gewaarschuwd op voorhand zodat ik goed weet aan welke tocht ik begin. Lange klimstukken van gemiddeld 45 graden, erg gladde stroken door de vochtigheid en gevaarlijke afgronden. Twee gidsen voor mij alleen, dat geeft een pak vertrouwen en ik besluit door te zetten. Met de regenjas losjes, de camera in een regenvrije binnenzak en een stevige literfles water begin ik eraan. Het eerste stuk is een opwarmertje en ik merk vrij snel wat - weer eens - het meest vervelende probleem wordt. Natte brilglazen, en bij het zweten (en dat doe je sowieso in dit klimaat) dampen ze ook nog eens aan.
De gidsen amuseren zich en geven honderduit uitleg (in het Engels) over de fauna en flora in dit nevel- en dwergwoud. We botsen op prachtige bromelia's, orchideeën (zulke waar kikkers in leven) en bij het begin ook prachtige vlinders. Naarmate we stijgen neemt de wind toe en verdwijnen de mariposa's (vlinders).
Dit traject heet de 'Puma trail' omdat deze katachtigen in dit gebied voorkomen. De kans om ze te ontmoeten is echter bijzonder klein. Veel groot wild zien we vandaag niet, op een luiaard en wat apengebrul na. Ook de talrijk aanwezige slangen blijven gelukkig netjes van ons pad af. De prachtige spinnenwebben onderweg zijn een streling voor het oog. De trail is goed aangelegd en het klimmen verloopt via ongelijke trappen en gevaarlijk glibberige houten planken afgewisseld met kleine hangbrugjes om de waterstromen te overbruggen. Echt goed te doen, al moet ik zeer goed uitkijken waar ik mijn voeten zet.
Niet vreemd dus dat ik wat later tegen een uitstekende tak knal. De gids met de camouflagebroek beseft het gevaar en beslist om meteen de hele boom onderuit te halen. Drastisch, maar wel efficiënt natuurlijk. De afgronden vallen mee en het klimmen is lastig maar gedoseerd netjes te verteren. Hier en daar botsen we op een prachtig gelegen uitkijkpost van waaruit je het meer van Nicaragua kan overzien tot aan de Caraïbische kust.
Ook de vulkanen van Ometepe zijn schitterend te zien in al hun schoonheid. Behalve in het regenseizoen, dan zie je... nougatbollen dus. Als we stoppen is het om een frisse slok water te nemen, een snelle foto in te blikken, een korte uitleg te krijgen of om de paardenstaart gids met de veel te gladde schoenen overeind te helpen. Wanneer ik de krater bereik zie ik weer niks door de wolken. We stappen een hut binnen waar wat uitleg wordt gegeven over de koffieteelt op de flanken en vullen de maag met (what else) kip, rijst en banaan. Zalig sportief klimdagje achter de rug dus.
Morgen wordt opnieuw wat werken aan het hotelproject en woensdag trek ik voor een aantal dagen richting Léon. Zondag wil ik absoluut in Granada zijn want dan... sturen ze stieren door de straten net als in Pamplona. En je begrijpt dat ik dat voor geen Cordoba wil missen!
(rechts een slapende luiaard in een boom op de flank van de Mombacho vulkaan. Deze dieren zijn slechts enkele uren per nacht actief en zijn territoriaal. Je ziet ze zelden in familiegroep)
zaterdag 3 augustus 2013
Nicaraguaans geluk
Dit is even geen verslag van de laatste dagen, maar een persoonlijke indruk van het land.
Ik blijf Nicaragua een erg fascinerend land vinden. Het is een van de armste landen van Centraal Amerika, maar nergens zag ik het zo goed verstopt. Je ziet hier geen bedelaars, slechts uitzonderlijk een schoenpoetsertje, amper gehandicapten in het straatbeeld. Wanneer je rustig op een bankje gaat zitten in het centrum van een stad komt niemand je lastig vallen of dringt men niet aan om iets te kopen. Wanneer straatverkopers merken dat je geen interesse hebt wandelen ze rustig verder. Op dat gebied is dit het meest aangename land dat ik als backpacker bezocht. Je voelt je ook veilig door de vriendelijkheid van de mensen en de aanwezigheid van militairen en politie in het straatbeeld.
De armoede is zichtbaar op een ander niveau en gaat vooral over het ontbreken van basisvoorzieningen. Honger heeft men hier niet, daarvoor is het land véél te vruchtbaar. Door het vochtige klimaat is dit een aards paradijs met een overvloed aan vruchten en ander lekker voedsel. Maar het land is erg slecht georganiseerd. Bijna alle straten zijn naamloos en huizen dragen dus geen nummer. Een GPS is hier niks waard. In de hoofdstad Managua heb je nergens wegmarkeringen of verkeersborden. De grootste straat heeft voorrang, de rest zoek je zelf uit.
Buiten de steden ontbreekt de elektriciteit of is er onvoldoende drinkbaar water. Paard en kar of ossenkarren met houten wielen zijn nog steeds populairder dan een auto of brommer. Naar veel dorpen is het zelfs onmogelijk om er met een wagen te raken. De mensen buiten de steden hebben geen bezit, slechts bij hoge uitzondering een tv of een fiets. Ze geloven ook niet dat ze vooruit kunnen en berusten in hun lot. Ambitie ontbreekt volkomen. Riolen zijn grachten naar rivieren, de varkens en kippen lopen in en uit de hutten, men leeft van dag tot dag.
Maar is dit dan het 'apenland' zoals wij ons voor ogen houden? Die vraag stel ik me nu al dagen. Zij hebben nog de ongerepte natuur die wij in Europa hebben vernietigd. Zij leven zonder luxe maar berusten in hun lot. Zij maken zich geen zorgen over hun pensioen en leven met de glimlach van dag tot dag. Ze weten niet beter en zijn overtuigd dat op het einde altijd alles goed komt. Ze missen geen warme douche of een goeie lattenbodem want dat hadden ze nooit. Ze zitten 's avonds niet achter tv of computer maar gezellig rond een vuurtje terwijl de kinderen leute maken met elkaar op het veld. Het hele dorp kent en helpt elkaar en is sociaal stevig georganiseerd. Ze hoeven niet bang te zijn voor criminelen want er valt niks te rapen. Ouders leren hun kinderen vissen en dieren verzorgen en de familiebanden zijn oersterk. Ik heb het gevoel dat men hier 'gelukkig' is, het ultieme levensdoel. Hoeveel mensen in onze wereld van luxe zijn niet ongelukkig? Dat luxe niet gelukkiger maakt wist ik wel al langer. Hoe meer je hebt hoe meer je mist en hoe minder je verlangt. Zo'n 'back to the basics' ervaring is voor mezelf dan ook telkens erg verrijkend en iets waar iedereen eens zou moeten worden in ondergedompeld.
Het leven waarin niks meer vanzelfsprekend is, van het stopcontact tot een druppel warm water. Volgens mij is het ook dat wat jeugdkampen zo supertof maakt. Weg van alle luxe in tenten onder de blote hemel ontdekken wat de fundamentele waarden zijn die gelukkig maken. En vriendschap is hier hét sleutelwoord.
Solentiname Islas
Of ik geen zin had om twee dagen Islas de Solintiname te bezoeken. Een inspiratiebron voor kunstenaars, bemind door natuurliefhebbers en gegeerd door backpakkers. Uit het middaggesprek met Philippe Tisseau blijkt dat ik niet terug naar Granada kan zonder deze excursie te hebben volbracht. De boot vertrekt over anderhalf uur dus valt geen tijd te verliezen. Daar ik wel hou van onverwachte uitspattingen ga ik akkoord en maak halsoverkop een rugzak klaar.
Aan de kade in San Carlos ligt een klein bootje klaar waarop vier Franse jongeren geanimeerd kletsen. Meer volk komt er niet en we vertrekken voor een snelle tocht van anderhalf uur richting 'het eiland ginds in de verte'. Door het lawaai van de motor valt er niet te socializen, dus geniet ik van het prachtige waterlandschap.
Na een uurtje zie ik tientallen eilanden voor me opduiken en vraag me af waar we zullen stranden. Plots vraagt de 'boatman' me op welk eiland hij me moet werpen. Probleem. Het enige wat ik had gehoord in het gesprek met Philippe is de naam van een hotelletje genaamd 'Cosada'. Helaas donderde het bij de boatman in Keulen en moest ik zelf gaan kiezen tussen 37 eilanden.
De Fransen krijgen compassie en nodigen me uit om hen te vergezellen. Het blijken gasten te zijn die elkaar 'rugzakkend' hadden ontmoet in El Castillo en die besloten hadden samen een stuk verder te reizen. Een Belg erbij was geen probleem. We worden gedropt op 'Mancarrón' en gaan op zoek naar een geschikte overnachtingsplaats.
Tropischer kan het eiland niet zijn. Het regenwoud barst van de veelkleurige vogels en het omgevingsgeluid is grandioos. Boven de boomtoppen zweven speurende roofvogels in grote cirkels rond. Een weinig later zie ik een verliefd koppel grasparkieten tetteren op een tak. De poging om hen op mijn vinger te laten kruipen eindigt in een stevige maar beleefde knauw.
We wandelen door een doornat modderig woudpad tot we verspreid de eerste kleurrijke paalwoningen ontmoeten. De mensen lachen ons toe en geven met plezier wat uitleg over het eiland. Uiteindelijk belanden we in een soort 'hostal' met twee kamers. Als je dacht dat het niet kon, awel, het kan dus nog meer basic dan in 'La Esquina Del Lago'. Geen licht beschikbaar (en om 18u. is het pikdonker), geen stopcontacten, geen wasmogelijkheden. Dat wordt dus de klassieke woestijndouche in the morning. Deo.
Samen met de Fransen koop ik enkele Toña's en we installeren ons op een pittoresque plaatsje aan de rand van het eiland. De kikkers komen zich elk om beurt voorstellen in hun meest flamboyante kostuum en de muggen genieten volop van het Franse bloed. Niet echt verstandig van hen om in korte broek, t-shirt én brandende zaklamp aan een oever te zitten me dunkt... Zeker in de wetenschap dat de dengue of knokkelkoorts hier welig tiert. Maar ik onthou vooral de gezellige babbels over allerlei reiservaringen.
's Avonds krijgen we nog een vismaaltijd voorgeschoteld en kruipen daarna rond half negen in bed. Daar mijn verblijf op het eiland reeds eindigt om 9u. in de ochtend sta ik rond half vijf op om een wandeling te maken door het tropische woud. Het eerste uur eenzaam met de zaklamp in het donker is best spannend, en het is vooral de kunst om je looppad te onthouden. De woudgeluiden zorgen voor een unieke sfeer die de hartslag regelmatig omhoog stuwt. Het enige wat ik hoop te vermijden zijn slangen en dus schijn ik goed voor mijn voeten. Wanneer het langzaam licht wordt sta ik aan de voet van een heuvel die het hoogste punt van de eilanden vormt, 257 meter boven de zeespiegel. Ik klim nog even verder en keer halverwege terug zodat ik om half acht stipt het ontbijt kan meepikken. Zoals steeds in het tropische gebied wisselen stevige regenbuien en droge periodes elkaar af. Ik ben tevreden dat ik tijdens de wandeling onder andere een veelkleurige grote papegaai met succes kan fotograferen. Je wil namelijk niet weten hoeveel 'mislukte' vogelfoto's er al op mijn toestel staan.
Ruim op tijd en na afscheid te hebben genomen van de Franse vrienden sta ik op de kade om de boot terug mee te pikken. Wat verder zijn twee Nica's aan het wassen en het vissen. Al snel raak ik in gesprek met een Duitser die ik de komende dagen nog tegen het lijf zal lopen. Hij is eveneens leerkracht en brengt daarnaast als journalist verslag uit van diverse rockfestivals in Duitsland. De boot laat wat langer op zich wachten, maar uiteindelijk raken we vlot terug in San Carlos. Jhiro is netjes op tijd en ik kan de middagmaaltijd in La Esquina Del Lago nog meepikken. Zoals steeds bonen met rijst, een slaatje en kippenvlees waar veel kinderen bij ons hun neus stevig voor zouden ophalen. Maar je raakt het gewend en uiteindelijk smaakt het wel lekker.
vrijdag 2 augustus 2013
Red eyes district
Ik neem mijn regenjas, de meest stevige schoenen, een zaklamp en de camera uit mijn kamer. Deze nacht gaan we kaaimannen zoeken. De sterrenhemel is op zijn best en allrounder Jhiro, arendsoog Davi en de frivole Alain (de zoon van Philip Tisseau) maken de boot vertrekkensklaar. De kayaks worden alsnog achterwege gelaten omdat we een stuk dieper in het regenwoud langs de Rio Frio willen zoeken.
In het donker op de Rio Frio varen is op zich al een unieke ervaring. Het stikt er van de vleermuizen en het insectenorkest - versterkt door muzikanten van allerlei pluimage - speelt zijn allermooiste stukken. Hier en daar weerklinkt onsportief en volkomen misplaatst boe-geroep van de families brulapen in het woud. Gelukkig lijkt het orkest er zich niet te veel van aan te trekken en is vast van plan de hele nacht door te spelen. Enkel de muggen met hun irritante vuvuzela's mogen wat mij betreft uit de orkestbak verbannen worden.
Met onze zaklampen speuren we de oevers af op zoek naar rode kaaimanogen, die helder oplichten wanneer ons licht op hun netvlies weerkaatst.
Bij de eerste ogen'blik' neemt de spanning op de boot snel toe. De motor wordt stilgelegd en we drijven richting het opgezwollen struikgewas. Samen met Davi ga ik met de camera in de aanslag vooraan op de neus van het motorbootje staan om er niet bekaai(man)d vanaf te komen. ,,Oh, es grande es grande! Pero is un dio!" schreeuwt Jhiro. Een goeie verstaander begrijpt snel dat het om een groot exemplaar gaat. Helaas blijkt een 'dio' te betekenen dat hij onder water is gegaan en behalve de ogen en een halve smoel krijg ik enkel een stevige hartslag te verwerken.
Jhiro toont onderweg de verschillende bijtwonden die hij in het verleden opliep. Alain vertelt dat Jhiro ooit in het moeras werd aangevallen door vier kaaimannen. Jhiro vult aan en nuanceert dat er technieken bestaan om aanvallen af te slaan, maar dat je toch altijd op je hoede moet zijn daar ze bliksemsnel zijn.
Ik probeer er een zaklampenwedstrijd 'om het snelst een kaaiman spotten' van te maken. Het is echter onbegonnen om riverboy Davi te verslaan. Ik verander van taktiek en schijn telkens op de tegenovergestelde oever. Ik ben dan ook brulapentrots wanneer ik eindelijk als eerste mijn eigen kaaiman heb ontdekt. Jammergenoeg blijken er wel erg veel dio's rond te drijven deze nacht en in plaats van stoere bijtwonden schaven de struiken het haar en de muggenmelk van mijn al te bleke armen.
Uiteindelijk spotten we een tiental kaaimannen maar krijgen we er geen enkele echt goed in beeld. Ik kan me ook wel inbeelden dat schijnen met een zaklamp in de ogen van zo'n riviersjakoche hem niet meteen welgezinder maakt. Hoedanook is het een supergezellige avond met erg veel plezier (en Toña) aan boord. Het is vooral gieren en brullen wanneer we een kaaiman naderen en Alain de motor in gang steekt zodat we met z'n allen schier in het bruine sop arriveren.
's Nachts kaaimannen opzoeken in het regenwoud is een van mijn meest spannende ervaringen ooit. Dat we uiteindelijk weinig kaaimanschubben te zien kregen is bijzaak. Het opspattende water, de wegduikende kaaimannen en het ontdekken van de rooie ogen onder een uniek nachtelijk sterrenlaken is en blijft onvergetelijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)