zaterdag 27 juli 2013

Busrit Granada - San Carlos


Wie ooit een chickenbus nam in Centraal- of Zuid-Amerika weet dat dit onvergetelijke reiservaringen zijn.  Ik probeer dit in deze post wat te verduidelijken.  Ik beschrijf een busrit in Nicaragua in een Belgische context.
Je wil met de Lijn naar de Ardennen, een rit van pakweg 315 kilometer gelijk aan de afstand Granada - San Carlos.  Je hebt twee mogelijkheden; of je verplaatst je naar een bushalte, of je zwaait enthousiast langs de kant van de weg tot ie voorbijkomt.  Wel zorgen dat je op de juiste route staat natuurlijk.  Een kaartje kopen hoeft niet, je betaalt eenvoudigweg op de bus. Daar heb je steeds drie man tot uw dienst.  Een bruingebrande 'gerodeodeerde' chauffeur die kickt op bijna doodervaringen, een kortgespierde bagagegooier en een manusje van alles die terwijl de euro's int.  Bij de start wordt je grootste bagage op het dak gegooid. Je hoeft niet bij te betalen indien dit een varken, 50 tonnen graan, je schoonmoeder of een koelkast is.  Zolang het dak het wil dragen stelt niemand zich vragen.  Daar gaat netjes een zeil over en de lijnbus kan vertrekken.
Enkele minuten later begint het amusement dat zich een hele busreis doorzet. Op elke onmogelijke plaats liften straatverkoper(tje)s mee en proberen je vanalles aan de man te brengen.  Passeren de revue: Warme maïs, zakjes water, allerlei veelkleurig snoep, belegde broodjes, biertjes en andere frisdranken, mariabeelden en tientallen wellicht eetbare spullen waarvoor ik zelf geen naam durf te bedenken.
De meest irritante zijn ongetwijfeld de 'religieuzen' die het woord Gods komen inlepelen zoals je een gans zijn lever voedert. Met Jezusstickers voor de kleinsten, blinky Jehovaboekjes voor de pubers, timmergidsen 'De klop van de hamer van Jozef' voor de oudjes enz...  Het meest aangrijpelijke zijn kinderen die opstappen en na een minuut of vijf het hart uit de longen zingen voor luttele eurocenten. Natuurlijk telkens hits van radio Maria. Winnaar van de talentenjacht tijdens mijn transport is ongetwijfeld een jongen met cowboyhoed die menig bus(h)(g)anger omver blaast met zijn aan Justin Bieber grenzende stemvolume.  En oh ja, ik heb zijn DVD gekocht voor de promoprijs van 0,90 Euro. Heel benieuwd of er effectief iets op het schijfje gebrand staat. Het kan Herbert Verhaeghe op ideeën brengen.
Ondertussen blijft de plaats naast me gezellig leeg. Want als vreemdeling wil niemand natuurlijk naast je zitten, laat staan een babbel met je slaan. Hoe eivol de bus ook zit, rond mij blijft een aureool van 'te mijden' hangen. Best aangenaam als je op die manier de erbarmelijke lijfgeuren kan vermijden.
Wanneer het manusje van alles beslist dat de ramen open moeten, is er geen ontkomen aan. Als je net je hele ochtend aan je coiffure hebt besteed ben je eraan voor de moeite, zeker als het regent.  Weet dat op dat moment ook alles wat op plastic lijkt door het raam wordt gekegeld en vooral achteraan weer binnen vliegt.
Wie moet plassen houdt vol tot de rodeopaus de rol toiletpapier omhoog steekt en zelf de bus verlaat.  Dan begint het strijdtoneel waar het de kunst is om sneller je tuinslang af te nijpen dan de chauffeur want die wacht op niemand. Ik ben gelukkig in goeie doen en zie een dame vloekend en scheldend  achter de bus sprinten tot ze de handdoek in de ring gooit.  De volgende bus komt over vier dagen langs.  Suerte!
De carroussel van op- en afstijgende Nica's, bagage die alle kanten opvliegt en het radiovolume gedirigeerd op smaak van de rodeopaus houdt netjes aan tot aan de eindbestemming; San Carlos.
Prijs voor dit onvergetelijk staaltje volksamusement van 315 kilometer: 5,80 Euro.  Geloof me vrij, ik kan niet wachten tot ik terug richting Granada mag.  U moet dit beslist eens hebben meegemaakt voor u het bijltje erbij neerlegt!

zondag 21 juli 2013

La Calzada Street

Weekend en dus tijd om het uitgangsleven van de stad te verkennen. Met de horden gringo's around kan dat niet meteen een probleem zijn. Ideaal om het solitaire leven even opzij te zetten en wat te socializen aan de bar. Dat lijkt me een strak plan en dus trek ik welgemutst richting thé place to be; 'La Calzada Street', de laan richting het gigantische meer links van het centrale plein weg. Maar niet voordat ik bots op datgene waar men in Latijns Amerika dagdagelijks mee wordt overspoeld: een optocht.
Welke heilige vandaag in de straten wordt gezwierd weet ik niet, maar misschien hebben ze hier lucht gekregen van de koningswissel in België. Elke reden is in elk geval goed om de orkesten van stal te halen en het dorp in te palmen. Eén constante bij de vele optochten die ik tijdens mijn reizen ontdekte; de muziek is telkens om duimen en vingers van af te likken. Muziek zit in hun genen, da's duidelijk. Het is een evenwicht tussen volksmuziek en revolutionaire marsmuziek, telkens doorspekt met frivole dansen door lokale majorettenkorpsen. Wanneer het laatste tromgeroffel opnieuw wordt overstemd door de horden jankende straathonden trek ik verder richting het hoofddoel van de avond. Onderweg liggen halvegaren voor pampus in portalen en langs de stoeprand. Op zondag is dat blijkbaar een veel voorkomend gezicht. Met de regenbuien en de loslopende koeien je roes uitslapen op straat,
je moet het maar doen. Rond het plein lopen jongens met middeleeuwse karren het paardenschijt samen te borstelen voor luttele cordoba's.
Verder is het plein gevuld met allerlei kraampjes die worden uitgestald om menig toerist in hun pandjesweb te lokken. In het midden staat een afgebladerde kiosk waarop lieflijke koppeltjes elkaar de vurigste liefde wijsmaken.
Mijn strak plan ligt al snel in duigen wanneer ik in de uitgangsstraat kom. Veel volk, jawel. Maar met zijn allen gezellig rond de vele tafeltjes op de uitpuilende terrassen. Daar ik moeilijk spontaan aan een tafel kan bijschuiven en nergens een toog is te vinden waar volk aanzit kies ik mijn eigen tafel uit. Een heerlijke literfles Toña en de avond kan beginnen. Overal proberen armtierige Granadezen een graantje mee te pikken van het toeristenbal. Van sigarettenverkopers tot hangmatpatsers over vuurspuwers en schoenpoetsers.
Sporadisch slaagt iemand erin mijn volle aandacht te trekken, zeker als er dansende reuzen worden ingezet of een subliem zevental streetdancers de revue passeert. Dat bij dit nachtelijk volks amusement volop kinderen worden ingezet lijkt niemand te deren, en de cordoba's worden rijkelijk uitgedeeld. Overal flitsen de camera's en worden lacherig foto's gemaakt. Gringo's (Amerikaanse toeristen) tonen zelden respect voor de cultuur of lokale bevolking van Latijns Amerika, dat ondervond ik al op vorige reizen.
En dat is in Nicaragua duidelijk niet anders. Een gezellige babbel zit er deze avond niet meer in en dus keer ik vroeger dan gepland terug naar het hotel. Een uitstapje naar de discotheek langs het meer lijkt me trouwens te onveilig om alleen te ondernemen. Je leest het pa, ik neem geen overbodige risico's! Terug op de kamer wordt de Ipad uitgehaald en de les die me het verschil moet inprenten tussen 'saber' en 'conocer' hernomen. Nog een Toña aan de lippen en we zijn weer een ervaring rijker. Slaapwel!

zaterdag 20 juli 2013

San Pablo

Na een goeie lange nacht word ik opnieuw wakker van de explosies in de stad. Uit de kraan komt helaas geen water en dus wordt het improviseren. Na een kort maar stevig ontbijt maak ik mijn rugzak klaar. Ik vergeet water mee te nemen waar ik al snel spijt van krijg. De darmflora lijkt ook voor het eerst in opstand te komen. Deze voormiddag trek ik naar het schooltje 'San Pablo'
samen met een drietal Nica's, Nicaraguaanse jonge dames die vanuit het project Concorazon les geven aan plattelandskinderen. Het eerste uurtje woon ik een Engelse les bij. Ik schat de leerlingen (gemiddeld een zevental) tussen de 12 en 15 jaar oud. Tijdens de week lopen de klassen in de voormiddag makkelijk vol tot 45 studenten. Toch als het niet regent, want dan veranderen de wegen in modderstromen en is het te gevaarlijk om naar school te gaan. Vandaag zaterdag blijven de meesten afwezig en is het makkelijker om in gebroken Spaans wat meer uitleg te krijgen van leerlingen en tutors. Het Spaans is voor mij de grootste handicap. In Nicaragua slikken ze alle 's'-en in en de tweede persoon enkelvoud en meervoud gebruiken ze niet. Voor een beginnend student Spaans als ik is dit dus geen eitje. Deze les Engels geeft me de kans zelf iets bij te leren.
De sympathieke juf doet hard haar best om de leerlingen het Engels meester te maken. De vervoeging van de werkwoorden is het lesonderwerp vandaag. Verlichting is er niet in het lokaal en door het slechte weer is het schemerdonker. De leerlingen zijn al bij al 'redelijk' gekleed, weliswaar met de nodige gaten en vlekken, maar langs de weg zie je toch nog andere taferelen. Ik zet me aan de zijkant tegen de muur en observeer aandachtig. De leerlingen lijken totaal geen acht op me te slaan. De warmte droogt mijn keel uit, maar drinkbaar water is hier niet voor handen.
Daarna steek ik de speelplaats over richting de computerles. De laptops, die donaties zijn aan het project, worden vandaag gebruikt om een powerpoint presentatie te maken. De opdracht is vrij en een jonge student maakt een presentatie over de Eiffeltoren. Wanneer ik vertel dat ik op pakweg 300 km van die toren woon heb ik even alle aandacht en moet ik honderduit vertellen wat ik er allemaal over weet. In het Spaans. Je snapt me al :)
Even later kieperen de zwembaden uit de lucht en vlucht de helft van de leerlingen de school uit. Dat het water over de klasvloer loopt beroert niemand en met schaamrood denk ik terug aan het op stelten zetten van het gemeentehuis toen er een zoveelste lek werd gedetecteerd in PIEnTER, de school waar ik zelf actief ben. Werkelijk heel verrijkend dit avontuur, en opnieuw besef ik tenvolle dat we in België in ongekende luxe leven. En vooral dat alle luxe die we ons toeëigenden ons niet gelukkiger heeft gemaakt.
Tijdens de derde les worden tien puberende jongens uitgedaagd tot een spel. De familierelaties worden in twee gelijke kolommen in het Engels op het bord geschreven. De klas wordt in twee groepen verdeeld en bij het horen van een Spaanse relatie moeten ze zo snel mogelijk naar het bord lopen en het juiste woord omkringen. Chaos, maar ik kan niet ontkennen dat de gasten zich kostelijk amuseren. Het zweet breekt me uit wanneer ik word uitgenodigd om zelf een lesje Engels te geven. Een machtige ervaring uiteindelijk, waarbij ik helaas niet de helft van hun antwoorden begrijp. Ik weet weer waarom ik Spaans studeer...
Tenslotte woon ik een les wiskunde bij. ,,Un radical is una raiz indicada de una cantidad, si una raiz indicada es exacta tenemos una cantidad Racional y si es inexacta tenemos una cantidad irracional." De vierkantswortels vliegen om de oren en ik zet me wijselijk achteraan op het ezelsbankje. Dit wordt bijles...
Wanneer het tijd is kruipen we met z'n allen (studenten en tutors) achteraan op de pick-up en fungeren even als taxidienst door het hobbelige bosparcours. Het is de eerste maal dat ik het echt niet aandurf foto's te nemen, de armoede is hier werkelijk zéér schrijnend. Tientallen gammele en veel te kleine barakken uit golfplaten en hout waar veel te grote families in samenhokken. Kinderen in lompen die zich rot amuseren met een simpele stok. Ik stik van de dorst maar durf dit niet te zeggen. Een beschaamd gevoel overvalt me en ik probeer een babbel te slaan met de overgebleven 'students' op de pick-up. Voor hen lijkt er niks aan de hand, ze kennen niet anders. Wanneer de laatsten zijn gelost breekt alweer een gigantisch onweer los. We vluchten in de pick-up en rijden in stilte terug naar hotel Con Corazon.

donderdag 18 juli 2013

Eerste kennismaking

Solo naar Granada in Nicaragua. Ik geef toe, het gaf me een wat ongemakkelijk gevoel. Maar na een rit in een piepkleine Fiat richting station, een treintocht naar Antwerpen, een Thalys richting Schiphol, een vlucht naar Panama, een nieuwe vlucht naar Managua en een aangename taxirit naar Granada ben ik echt wel vlot op mijn bestemming geraakt. Tijdens de langste vlucht probeerde een zweterige Panamees mij wel te bedwelmen met zijn okselgeuren, maar gelukkig had ik mijn Frisk-muntjes bij die goed laxeren waardoor ik toch wat tegenwind kon bieden. Panama-België: 1-3 :) Bij aankomst in het hotel was de avondzon verdwenen en dus was het wachten op het ochtendgloren om de koloniale stad te aanschouwen. Zoals elke stad in Centraal Amerika wordt je gewekt door muziek, lawaaierige claxons en blaffende honden. Die laatste zijn ook steeds bereid tot een nachtelijk gratis concert. Als je ooit de oversteek waagt, geloof me, zonder oordoppen red je het écht niet. Wat me meteen opvalt in Granada is het ontbreken van de irritante 'tuc-tucs', driewielige rotdingen die alles en iedereen van de weg maaien. In plaats daarvan wemelt het van de meer charmante paardenkoetsen. Of paarden met remorque waarop je echt wel alles ziet passeren, laverend tussen de talloze aftandse auto's. Na een tijdje verdwijnt de zon en breken de eerste onweders los waarbij ettelijke zwembaden verfrissend over het hoofd worden gekieperd. De kracht van het dondergebrul is even schrikken, maar evenredig met de hoeveelheid water die omlaag kletst.
In het Hotel Con Corazon maak ik voor het eerst 'live' kennis met Geertje Vanderpas, de coördinator van het hotel en bezielster van het onderwijsproject. Samen met het team vier ik de verjaardag van een viertal medewerkers waarna we het platteland intrekken met een pickup. Het stadsgevoel is meteen weg wanneer we een hobbelige zijweg inslaan en het platteland induiken. De armoede langs de weggetjes, de gammele barakken, het grijpt meteen naar de keel. De beelden die je op je netvlies krijgt te zien kan je met geen woorden beschrijven. Ook schattige beelden, ik denk spontaan aan een oud dametje in een hangmat onder een houten pallet - lees afdak - naast haar krot. Ze schommelt overenthousiast heen en weer aan de hand van een touwtje dat ze stevig op en neer trekt. Iets later komen we aan in het eerste schooltje. Het eerste basisprobleem is meteen duidelijk: elektriciteit. Die wordt illegaal afgetakt van een buur die klacht indiende bij het ministerie. Het Nicaraguaanse ministerie wou een boete geven aan de school maar die poneerde dat het het ministerie is dat zelf verantwoordelijk is voor het aanleveren van die elektriciteit. Op zijn beurt stelde die dan weer dat dit niet kon omdat de school nergens was ingeschreven en dus al even illegaal was. Dat de leerkrachten die er werken al jaren betaald worden door het ministerie doet blijkbaar niks ter zake. Kafkaiaans...
Ik probeer te achterhalen welke middelen de openbare school krijgt van de staat. Het antwoord is meteen duidelijk: niks. De scholen krijgen 'enkele' betaalde leerkrachten en that's it. Geen papier, geen balpennen, nada. Nougatbollen. Rien. Tirez votre plan.
Daarbovenop zijn de leerkrachten die op het platteland lesgeven mensen die men nergens anders wil. Hoe incompetenter, hoe meer werkzekerheid op het platteland. Als ze er al zijn, want hun ziekteverzuim is torenhoog. Veel kinderen zijn er niet, de meesten werken 's namiddags op het veld. Enkelen worden bijgespijkerd in de Engelse les terwijl nog anderen ongeïnteresseerd buiten wandelen en een balletje trappen. Who cares... Morgen is het hier 'dia de la revolucion'. Een officiële vrije dag die de nodige stoeten door het straatbeeld zal jagen. Ideaal om met Geertje te bekijken wat we kunnen doen om kinderen in de scholen beter op te kunnen volgen. Een ding is me alvast duidelijk; de problemen waarmee het onderwijs hier kampt zijn niet in tien jaar op te lossen. Zelfs niet in twintig...
Nu ga ik samen met de coördinatoren lunchen en genieten van de vier flesjes Westvleteren XII die ik voor hen meebracht. Ze mogen ook eens in de watten worden gelegd, niet? :)

vrijdag 10 augustus 2012

La Paz - Puerto Perez - Isla Del Sol - Puno

De hoogteziekte heeft me dan toch één dag te pakken gekregen. Geen hoogste skipiste voor mij dus. Eigen schuld, had ik maar voldoende water moeten drinken. Maar als je in een sloppenwijk wandelt dan wil je vooral niet naar het toilet natuurlijk... La Paz, die in meerdere atlassen nog steeds foutief als Boliviaanse hoofdstad wordt aanzien, is geen hoogvlieger. Gelukkig zijn er de talloze ronduit fantastische stoeten ter gelegenheid van de Nationale Feestdag. Drie uur gefascineerd naar een stoet kijken was tot La Paz voor mij ondenkbaar. Keurig uitgedoste militaire- en burgerorkesten die door de straten paraderen, sublieme kostuums en zelfs een 'hoge mutsen band' die de 'Silly Walk' van John Cleese vlekkeloos imiteert. Maar goed, tijd om de stad achter mij te laten. We trekken (in alweer een rit met fabelachtige uitzichten) richting het Titicacameer, en houden onderweg halt bij de mysterieuze zonnetempel van Tiahuanaco waar we door een lokale gids worden ondergedompeld in de geschiedenis van het pre-incarijk. Daarna rijden we door tot in Puerto Perez aan de rand van het Titicacameer. De veel te grote kamer met uitzicht op het meer is zonder twijfel de mooiste overnachtingsplaats. Nadat ik wat bagage uitkieper wandel ik naar het gemeenteplein waar een volksfeest aan de gang is. Ik ontmoet er de plaatselijke Germain Vandesompele en wordt er rijkelijk getrakteerd op Paceña, het lekkere Boliviaanse bier. Wanneer enkele laveloze mijnwerkers aansluiten is het feest compleet. Enkel wanneer een stomdronken arbeider zijn dynamietstaven stoer wil demonstreren dreigt er paniek maar de man wordt netjes afgevoerd. Wanneer een mijnschop door de lucht klieft besluit ik er dan toch voorzichtjes van onderuit te muizen. De volgende ochtend rijden we naar de oude pelgrimsplaats Copacabana die schitterend is gelegen aan de baai van het meer. Het was hier dat de beroemde Noor en wetenschapper Thor Heyerdahl met behulp van de Aymara's zijn beroemde boot Ra II bouwde. We genieten van de rieten bootjes en van de vele auto's die er kleurrijk worden gewijd. De bommetjes die de wijding opfleuren knallen van alle kanten. Vanzelfsprekend koop en test ik ze zelf even. :) We nemen een motorboot en varen naar Isla Del Sol, het eiland waar volgens de Inca's de zon is geboren. Na een stijle klim bereiken we het dorp en genieten van de zonsondergang. Na een stevige maaltijd gaan we slapen op de flank van de berg. Het is opnieuw een sober hotel met weinig voorzieningen. De volgende morgen laten we Bolivië achter ons en trekken de Peruviaanse grens over richting Puno. Het geniet grote bekendheid vanwege de Uros-indianen die de de drijvende rieten eilanden bewonen. Ooit vluchten ze het meer op uit angst voor de plunderende Spanjaarden. Eerst met een fietstaxi daarna met een snelle boot gaan we richting de eilanden. Het beeld van de eilanden met de prachtige rieten schepen vergeet ik nooit. Op verschillende eilanden wuiven Indianen ons toe om bij hen aan te meren. Op het eiland waar we uitstappen voeren ze al snel een georkestreerd en door gidsen ingefluisterd nummer op. Een uitleg over hoe ze hun eilanden bouwen en daarna worden de kraampjes geopend. Enkele kinderen zingen nog een toeristisch liedje en beginnen dan zelfgemaakte souvenirs te verkopen. Hun gezichten zijn grauw, geslagen door de koude nachten en de hitte overdag. Prachtige omgeving, maar het authentieke karakter is verdwenen in het voordeel van de fotolustige toerist. Jammer, maar dit is Peru. Alles voor de toerist. De eerste heimwee naar het sobere Bolivië slaat toe. Ik klets in het terugkeren nog wat met een sympathieke, veeltalige en studerende Urus Indiaan maar vergeet achteraf domweg een contactadres te vragen. Terug naar Puno dan maar.

zaterdag 4 augustus 2012

Salar de Uyuni

We verlaten Potosì met een vreemd gevoel en rijden naar de stad Uyuni, een stad aan de rand van een van de grootste zoutvlaktes ter wereld. Onderweg worden we verwend met prachtige landschappen en dwepen voortdurend met de grens van 4.000 meter. Nee, dit is geen reis waar je in zomerse t-shirt rondslentert. Even overstijgen we de sneeuwgrens om daarna weer de Boliviaanse hoogvlaktes in te duiken. Die worden gekenmerkt door ruwe vlaktes tussen stijle bergkammen, bevolkt door massa's lama's, ezels en langharige schapen. Daar het nu winter is en het droge seizoen hoogtij viert zien we vooral kale rivierbeddingen. De luttele plassen zijn oases voor de rondtrekkende dieren. Wanneer we de stad Uyuni binnenrijden wanen we ons in de Far-West. Gigantische lanen, erg veel halfvergane 'huizen' en geen kat te zien. Dit lijkt wel een spookstad. Aan de rand zien we een kerkhof van Britse en Spaanse stoomlocomotieven, een stille getuige van de bloei die de streek ooit kende. Op het centrale plein vinden we toeristen en pizza-zaken, die worden uitgebaat door achtergebleven Bolivianen. Dit moet zowat de allerlaatste stad zijn waarin ik zou willen wonen. Wanneer we 's avonds richting het hotel wandelen, zien we een groepje jongeren een traditionele dans oefenen voor de nationale feestdag (die vandaag plaatsvindt). Het enige lichtpuntje in deze verlaten stad aan de oever van de Salar de Uyuni. Deze zoutvlakte (waarvan ik eerlijkheidshalve niet veel van had verwacht), is een ware streling & marteling voor het oog. Onvoorstelbaar mooi, maar zelfs met een zonnebril is het verblindend. De arbeiders die de zoutvlakte ontginnen zijn volledig gemaskerd en zwoegen zich te pletter om het vele zout manueel los te kappen. We mogen even helpen maar na enkele slagen met het zware houweel geven we er puffend de brui aan. De hoogte blijft parten spelen. Men vermoed dat hier meer dan 10.000.000.000 ton zout ligt, netjes in zeshoeken verdeeld (bizar zicht). We houden even halt op het toeristische Isla Del Pescado, waarop cactussen staan van wel twaalf meter hoog. We eten wat en beklimmen de top om opnieuw wat mooie beelden te schieten. Daarna trekken we verder naar de Tunupa vulkaan, waar we overnachten na een gezellig potje voetbal tussen lokale kleuters, straathonden en wijzelf. De kamer die ik krijg is erg basic. Stopcontacten die niet werken, geen water uit de kraan en geen verwarming. Als je weet dat de temperaturen 's nachts diep onder het vriespunt duiken begrijp je dat dit geen gezellig nachtje wordt. Wanneer de straathonden onderling beslissen om de hele nacht onder mijn raam de zevende symphonie te janken is de nacht compleet. Om 6u. en een slapeloos nachtje verder, staan we op om richting La Paz te trekken, zo'n 13 uur rijden over hoofdzakelijk onverharde wegen en ongeveer 450km verderop. Na een lange slopende rit arriveren we op de flanken van La Paz (4.000m) en zakken dan naar het Centrum af (3.600m). We blijven hier tot maandagmorgen. Nu trek ik met een taxi richting de sloppenwijken en ben erg benieuwd wat ik daar te zien krijg. Ik ga alleen en zal goed op mijn tellen moeten passen, enkel het hoogstnodige neem ik mee. Morgen ga ik naar de hoogste skipiste ter wereld (Chacaltaya, 5.400m), maandag trekken we naar het Titicacameer.